Over cowboys en totempalen

Op onderzoek uit

Wat gebeurt er met mensen in een organisatie met de wetenschap dat ze over 1,5 jaar niet meer bestaan?
Wat is daarvan zichtbaar in gedrag en in beleving?

Met deze vraag in mijn hoofd stapte ik op een donderdag het kantoor binnen van deze organisatie. Nieuwsgierig naar wat ik te zien zou krijgen, of ik voldoende ‘legitimatie’ had om binnen te komen. En met alle beelden over wat wel en niet goed antropologisch onderzoek is als angstvallig beeld in mijn hoofd. Tenslotte was dit een veldwerkdag als onderdeel van een opleiding. We zouden nu het echte werk gaan doen, als corporate antropologen in spe!
Ik had gekozen voor een sector waar ik dagelijks mee te maken heb, maar geen affiniteit mee heb. Waar ik dacht, ‘leuk, dat is ook internationaal georiënteerd, wat betekent dat voor een organisatie?’ Dus met dank aan een bevriende directeur, mocht ik vrijuit rondlopen op de afdeling.

Verhaal halen

Ik ben de verhalen gaan ophalen. In gesprek gegaan met verschillende medewerkers, hun functie vooraf niet wetende. En ik heb steeds dezelfde vragen gesteld: ‘hoe gaat het, hoe was het vroeger en hoe het gaat worden? En welke betekenis geef je hier aan’?
Ik heb de rituelen gezien in een organisatie. Alle belangrijke mededelingen die bij het koffiezetapparaat hingen, de uitingen in het Duits als trigger voor de belangrijkste doelgroep in de toekomst. De afgeschermde hoeken waar de samenwerkingspartners zitten. Afgescheiden van de anderen. De scrumborden. Het cleandesk-policy. Waar de directeur naast een willekeurige andere medewerker zit. En natuurlijk de trofee van een teambuildingsuitje en de zeepkist.

Ik hoorde verhalen over het imago van een tijd geleden. Toen deze afdeling de Cowboyswerd genoemd. Omdat ze konden doen en laten wat ze wilden, want ze waren toch wel een andere tak van het grote bedrijf. Omdat ze internationaal georiënteerd zijn, moesten ze ook wat meer vrijheid hebben om flexibel te kunnen reageren op situaties in het buitenland. Dat leidde tot soms wat wildere taferelen, hoorde ik.
Toen is er een cultuuromslag gekomen. Het mocht en moest wel wat gestructureerder, wat meer gericht. En nu houdt deze afdeling op met bestaan. De meeste taken gaan naar afdeling in het buitenland. En die groep die wel blijft zal onder een andere afdeling komen te hangen.

Anders
In mijn analyse kwam naar voren dat er wel degelijk een andere beleving was bij verschillende (groepen) mensen over het naderende einde van de afdeling. Mensen die er nog maar kort werkten namen makkelijk afscheid. Mensen die heel lang al bij deze afdeling en organisatie werkten voelden meer twijfel wat te doen en of ze ook buiten deze organisatie terecht zouden kunnen. En dan het verschil tussen de tijdelijke en vaste projectleiders. Voor de tijdelijken was het makkelijk. Je koopt een taart en bent weg. Want er is vast wel weer een ander project te vinden. Voor de vaste projectleiders was het gevoel dat ze tot op het einde heel betrokken en loyaal moesten blijven, maar dat ze op de einddatum nog niet iets nieuws hadden. En dat maakte wel onzeker.
En dan nog de verschillen in de manier waarop mensen afscheid namen of er afscheid genomen werd. In grote groep, in kleine groep. Met een gezamenlijk cadeau, of alleen van de paar naaste collega’s.

Goed afscheid nemen doet wonderen
Goed afscheid nemen is een onderschat iets, in mijn ogen. Als je goed afscheid kan nemen, betekent het ook dat je geen onbewuste of niet ingeloste verwachtingen meer hebt liggen. En als er goed afscheid van je genomen is, dan is de plek die je leeg achterlaat, ook niet meer onbewust nog steeds gevuld.
Rituelen helpen hierbij. Over dat goed afscheid nemen sprak ik ook met de directeur en enkele cultuurcoaches in de terugkoppeling van mijn waarnemingen. En dat je vooral ook de mensen die nu al weggaan, ook moet danken. Zonder hun vertrek is het opheffen tenslotte ook niet mogelijk!

Ik hoorde onlangs van de directeur dat ze nu bewust rituelen zijn gaan inzetten om het afscheid goed vorm te geven. Op de afdeling staan kleine spaarvarkentjes waarin iedereen voor de betreffende collega een briefje kan stoppen met persoonlijke afscheidswoorden. Er komt een groot slotfeest en iedereen die nu al vertrekt krijgt al een uitnodiging mee! En in het midden van de afdeling staat een totempaal, waar alle mensen die weggaan iets kunnen opschrijven voor de achterblijvers. En op het eindfeest wordt de totempaal ritueel overhandigd aan diegenen die nog wel voor de organisatie blijven werken, al is het op een andere plek.
Het lijkt me wel een mooie titel voor een afscheidsrede: Cowboys en Totempalen.